Dag- en weekbladen

     [Selectie 2022. Zie ook blogs]



Van buiten lijkt het een boerenschuur, van binnen is het een bunker. Het gebouw uit 1952 aan de IJsseldijk in Welsum, onderdeel van de IJssellinie, wordt zaterdag voor het eerst sinds de restauratie opengesteld. ‘Het interieur is nog volledig intact.’
De eerste druppels van wat een gigantische regenbui zal blijken, vallen op en rond de bunker. Hij is er niet in eerste instantie voor bedoeld, maar  beschermt ook prima tegen noodweer. ‘En het is hier binnen aangenaam koel hè?’ zegt Theo Schuller van de stichting IJssellinie. ‘Dat wil wel lukken met wandjes van anderhalve meter dik.’
De parkeerplaats lag er dankzij het waterschap al, de trap naar beneden, de dijk af, is aangelegd in het kader van een ‘glorieuze restauratie’ van de zeventig jaar oude bunker, vertelt Schuller. Zaterdag is hij voor het eerst weer opengesteld voor publiek. ‘Dat doen we voortaan twee keer per jaar.’
Dat de IJssellinie ook aan de westkant van de rivier sporen heeft nagelaten, is lang niet bij iedereen bekend. ‘Deze bunker was bedoeld als commandocentrum voor de luchtafweer, van hieruit werd het nodige geschut aangestuurd. Hij is niet toevallig gebouwd vlak bij de voormalige stuwdam die in het systeem een essentiële functie had.’
Even terug naar 1952. Schuller vertelt over de toestand in de wereld van destijds. ‘Rusland had zijn macht in Oost-Europa enorm uitgebreid en het Westen reageerde daarop met de oprichting van de NAVO. Die verplichtte de leden inspanningen te leveren om de Russische invloed tegen te gaan. Maar Nederland was praktisch failliet en de militairen zaten in de koloniën. Vandaar dat werd gekozen voor een waterlinie, waarmee veel minder personeel gemoeid was.’ Een 127 kilometer lange en vijf tot tien kilometer brede strook land tussen Nijmegen en Kampen zou onder water worden gezet. 400.000 bewoners zouden worden geëvacueerd. Waarvan ze overigens zelf niet op de hoogte waren. De hele operatie – met Olst en omgeving als epicentrum – was geheim.
Het kwam er nooit van, het IJzeren Gordijn bleef op afstand, en in de Welsumse bunker is volgens Schuller dan ook alleen maar ‘eindeloos geoefend’. Van 1952 tot 1963 om precies te zijn, de tijd van de Koude Oorlog. ‘Daarna heeft Defensie de bunker als reserve aangehouden tot 1993. Dat verklaart waarom het interieur nog volledig intact is.’
Het kost mede daardoor niet veel verbeeldingskracht om je te verplaatsen in de tijd van toen. Schuller beschrijft de schildwacht die aan het einde van de ingang klaar stond om indringers neer te schieten. Wat dus nooit werkelijk is gebeurd; dat geeft het geheel iets van een filmdecor.
Maar de tekenen van de grote angst voor het ‘Rode Gevaar’ van destijds maken het al met al toch weer zeer realistisch. Er hangt een poster met de tekst: ‘Laat je vallen vlug en plat, zo heeft de A-bom het minste vat.’
De communicatiemiddelen, waaronder een telexemachine en een veldtelefoon, nu compleet verouderd, waren toen modern. Wat lang ook iets van vroeger leek, heeft met de inval van Rusland in Oekraïne zijn rentree gemaakt: het idee van de Koude Oorlog. Schuller: ‘Het is de laatste tijd erg druk bij de IJssellinie. Dat komt omdat bezoekers parallellen zoeken tussen de oorlog in Oekraïne en het verhaal dat wij bieden.’ Soms wordt de vraag gesteld of je anno nu in deze bunker zou kunnen schuilen mocht er ergens op aarde een doorgedraaide machthebber ‘op de knop drukken’. ‘Dat wordt lastig’, zegt Schuller. ‘De dichtsbijzijnde persoon met een sleutel woont hier twee kilometer vandaan.’ Zelf woont Schuller in Olst. Op zijn erf bevindt zich een stukje IJssellinie, een kazemat. ‘Zo is mijn belangstelling ontstaan.’
Inmiddels is hij een kenner die belangstellenden rondleidt en massieve explosiebestendige deuren opent die normaliter voor anderen gesloten blijven.
‘Hier zijn we bij het meest vitale onderdeel van de bunker: de telefooncentrale. Van de Nederlandse luchtwachttorens gingen alle berichten over vliegtuigbewegingen naar de grote centrale in Nieuw-Milligen op de Veluwe. Die verdeelde ze over de verschillende commandocentra en zo kwamen ze ook in Welsum binnen. De telefooncentrale heeft maar één buitenlijn: met Nieuw Milligen dus. De bunker was een soort meldkamer, van waaruit via de radio contact werd gelegd met de gevechtsposten in het gebied. De vijf radiocabines die je ziet, verkeren allemaal nog in originele staat. We hebben alleen her en der radioapparatuur uit het betreffende tijdperk op de kop getikt. En het dieselaggregaat vervangen door een ander ouwetje, afkomstig van de Rijkspolitie.’
In de planningsruimte, met – ook al authentiek – het ‘plotterbord’, waarop alle informatie werd genoteerd (van de weersomstandigheden tot het ingezette materieel) valt het oog al snel op een beeldje dat je in een bunker niet meteen zou verwachten. ‘Het is de heilige Barbara, schutspatrones van de kanonniers en alle gevaarlijke beroepen.’
Buiten barst langs de IJssel het noodweer los en zet sommige straten onder water. De weergoden lijken een beetje een idee te willen geven van wat het IJssellinie-plan in de praktijk zou betekenen.

Wie wil ontdekken hoe het precies zat, kan zaterdag van 12.00 tot 15.30 uur terecht in de bunker (IJsseldijk 5a). Ook hebben rondleidingen plaats op het militaire terrein bij de voormalige stuw.

© 21 mei 2022 sander grootendorst/ de Stentor


Foto Ronald Hissink

Kunstzinnige vogels bevolken Vogeleiland
Derde editie kunstwandelroute ‘Eilandje’

De kunstwandelroute op het Vogeleiland in Deventer is toe aan zijn derde editie. ‘Waar zitten jouw verborgen veren en wat is jouw verborgen trots?’

door Sander Grootendorst
Deventer Er ligt een dode spreeuw op het Vogeleiland. Een reuzenspreeuw. Langs het wandelpad. Op zijn rug, pootjes in de lucht, teentjes verkrampt. Met in zijn buik en borst allemaal gaatjes.
Nee, de vogel is niet uit de hemel komen vallen. Hij is daar geplaatst, het is een kunstwerk. De maakster is Floor Coolsma, ze vertelt waar die gaatjes voor zijn: ‘Spreeuwen zijn goed in het nabootsen van geluiden, zoals remmende treinen en rolkoffers. Ik vraag aan de bezoekers of ze willen denken aan een geluid dat hen dierbaar is, en dat dan opschrijven op een papiertje. De papiertjes komen in de gaatjes en zien er tezamen uit als een de witte spikkeltjes op het verenkleed van de spreeuw.’ De vogel kan als het ware nog één keer zingen en zijn verenpracht tonen.
‘Mooi bedacht hè?’ zegt Eva Kleeman, kunsthistoricus en curator, samen met kunstenaar Loes ten Anscher bedenkster van de kunstwandeling over het Vogeleiland, die dit jaar zijn derde editie beleeft. Het thema dit keer: transformatie. Vijf kunstenaars doen mee, twee uit Deventer, een uit Zwolle, een uit Enschede en een uit Arnhem. ‘We geven het thema niet van tevoren op’, verklappen Kleeman en Ten Anscher. ‘De kunstenaars zijn er vrij in, als ze maar iets maken dat een relatie heeft met deze plek.’ Arnhemmer Bart Nijboer legt de laatste hand aan zijn bijdrage: een stalen knoestige boomstam waarop zich allerlei soorten paddenstoelen en zwammen hebben gevestigd – ook van staal – en daarboven een groepje paraplu’s, die verrassend veel weg hebben van paddenstoelenhoedjes. ‘Een vorm van beeldrijm’, zegt Ten Anscher. ‘De boom is in verval, maar kan toch ook niet echt vervallen, omdat hij van metaal is gemaakt.’ Nijboer heeft de boom met azijn en metaallak behoed voor vergankelijkheid.
Teodora Ionescu komt aangelopen, het is tijd dat haar kunstwerk de beoogde plaats krijgt. Kleeman heeft de beuk al aangewezen waar dat gaat gebeuren. ‘Boomhartslag, zo heet het. Het ziet eruit als een korstmos of een kluwen wortels. Als je dichterbij komt, pikt een sensor je aanwezigheid op en even later hoor je het hart van de boom kloppen.’ Ionescu, van Roemeense afkomst, ging uit van de vraag: ‘Wat is wortelen?’ Ze werd geraakt door regels van de dichter Hans Andreus: ‘Bij een boom/ staande moet ik wel/ ademen als een boom.’
Het volledige gedicht is samen met een fragiel papieren boompje te vinden in de grote envelop, te koop bij de VVV en bij Vogeleiland-café Mees. Ook Coolsma’s papiertjes en een tekening van  de spreeuw zitten erin; alle kunstenaars hebben er iets bijzonders voor aangeleverd. Een flyer met alle info en een plattegrond met de wandelroute tref je er eveneens in aan. Ten Anscher haalt uit de envelop een blauwdruk van dun karton tevoorschijn: die kun je zo opvouwen dat het een botaniseertrommel wordt en daar alle spullen in doen. In het voetspoor van de botanici, de plantenkenners die op het eiland naar bijzondere planten zochten.
Twee jaar geleden, midden in coronatijd, kwamen Ten Anscher en Kleeman op het idee om het Vogeleiland, waarvan de toekomst toen zeer onzeker was, op kunstzinnige wijze een handje te helpen. ‘Een kunstroute organiseren in de buitenlucht, dat moest ondanks de coronamaatregelen toch kunnen.’ ‘Zo lokaal mogelijk’, dat was het plan. Dus Deventer kunstenaars, Deventer subsidiegevers. Later uitgebreid tot: Oost-Nederlandse kunstenaars – onder wie in elk geval iemand uit Deventer én een jongere.
‘En met als uitgangspunt: fair pay voor de kunstenaars’, zegt Kleeman. ‘Anders gaat het feest niet door.’ Een flink bedrag dat ze ontvingen uit het landelijk coronafonds voor kunstenaars bespoedigde de geboorte van het project ‘Eilandje’. ‘Het zou mooi zijn als het een traditie wordt’, zegt Ten Anscher. ‘Dat mensen weten dat elke zomer op het Vogeleiland iets bijzonders te beleven is.’ Aan hulptroepen geen gebrek. ‘Iedereen is bereid de handen uit de mouwen te steken, spullen te lenen of advies te geven.’
De eerste editie had plaats in de periode september-november, maar sinds vorig jaar zijn de zomermaanden de aangewezen tijd. Komende zondag is de opening (15.00 uur), waarna de kunstwerken tot en met 4 september blijven staan en… drijven: dat doet de blauwe papegaaiduiker van Chantal de Wolde. ‘Deze vreemde vogel is van het noorden naar het zuiden gemigreerd, hij heeft een exotisch uiterlijk aangenomen en durft hier geen poot aan wal te zetten’, legt Kleeman uit.
Stephanie Nypels is de maakster van het vijfde kunstwerk en ook dat is direct gelinkt aan de naam van de locatie: Kleurige vogels waarvan je de onderkanten boven je ziet. ‘Een oproep om meer aandacht te geven aan de onverwachte kanten van jezelf en van de ander. Waar zitten jouw verborgen veren en wat is jouw verborgen trots?’
In een van de vogelkooien laat toevallig net een pauw luidruchtig van zich horen. Een teken dat het kunstproject hier prima op zijn plaats is. ‘Op het eiland dat in de negentiende eeuw door landschapsarchitect Leonard Springer is ontworpen, met zijn spannende hoogteverschillen die het veel groter laten lijken dan het is’, zegt Ten Anscher. Vijf spannende kunstwerken voegen aan het Vogeleiland nog weer een dimensie toe. Een hele zomer lang.

© de Stentor, 14 mei 2022


Het Beethoven Festival in Zutphen staat voor de deur en Emile Engel is weer met hart en ziel bij de voorbereidingen betrokken. De pianist/dirigent uit Lichtenvoorde is vrijwel hersteld van een ernstige ziekte. Dankzij goede medische begeleiding en zeker ook, zegt hij zelf, dankzij ‘de power van de muziek’.

‘Op een gegeven moment word je vijfenzestig. Een vriend had urologische problemen gehad. Moest vreselijk plassen zodra hij een biertje had gedronken. Ik dacht: dat mag me op concerten niet gebeuren. Ik was voor een controle van mijn bloeddruk toch bij de huisarts, heb hem er meteen naar gevraagd. Hij adviseerde mij m’n bloed te laten testen. De dag erna belde hij al heel vroeg om te melden dat ik een veel te hoge psa-waarde had.’
Engel liet zich onderzoeken bij de Andros-kliniek in Arnhem (‘een geweldig bedrijf’) en de uroloog zei tegen hem: ‘Ik zal er niet omheen draaien: het is prostaatkanker.’
Het verraderlijke van dat nieuws: Engel voelde zich totaal niet ziek. ‘Ik moest de mallemolen van het vervolgonderzoek in, MRI-scan en zo. De uroloog in Nijmegen ging ervan uit dat het ongeneeslijk zou zijn. Twee dagen later kreeg ik de uitslag en toen klonk voorzichtig wat positivisme: We denken dat het behandelbaar is, zei een verpleegkundige. Wat wil dat zeggen? vroeg ik. Het antwoord luidde dat ik nog vijf à tien jaar te leven had. Maar dat er patiënten zijn die het met een hormoonkuur tot twintig jaar volhouden. O, dacht ik: dan ben ik vijfentachtig…’
‘Natuurlijk, ik wist dat er uitzaaiingen waren, en garanties kun je niet geven, maar ik ben van huis uit een optimist. Mijn omgeving had het er moeilijker mee dan ik. Ik hoorde mezelf tegen anderen zeggen: het komt wel goed joh. Een beetje vergelijkbaar misschien: als ik een concert geef, is mijn vrouw zenuwachtiger dan ik.’
Engel is iemand die naar eigen zeggen altijd ‘aan’ staat. Dat werd door de hormoonkuur iets minder. ‘Haha, mensen om me heen zeiden: gelukkig, hij wordt wat rustiger… Maar ik kon nog gewoon blijven lesgeven en genieten van de levenslust die de kinderen uitstralen. Ik ben gaan sporten, zwem nu twee keer in de week, en heb een mountainbike gekocht, heerlijk, fietsen in de natuur.’
Vanzelfsprekend was de gedachte dat hij ernstig ziek was ondertussen nooit ver weg. ‘Het speelde zich ook nog eens allemaal in de coronatijd af. Er gingen lessen niet door, of ze moesten online. En repetities soms dan maar in de buitenlucht. Dat was jammer. Anderzijds: als het me toch moest overkomen, dan in deze periode. Er waren geen concerten, daar hoefde ik me dus niet druk om te maken. Gelukkig heb ik zelf geen corona gehad.’
Tegen de bestralingen zag hij erg op. Hij moest in totaal vijfentwintig keer naar de radiologie in Arnhem. ‘Achteraf gezien viel het mee.’ De enige tegenslag was een bacteriële infectie die hem een paar dagen in het ziekenhuis deed belanden. ‘Ik was er verschrikkelijk beroerd van. Werd behandeld met antibiotica. Al met al heb ik wel veel rotzooi in mijn lijf gekregen.’
En nu? ‘Nu gaat het supergoed,’ zegt Engel, klaar om in zijn leslokaal in de Muzehof zometeen weer een volgende leerling te ontvangen. ‘De Matthäus Passion in Zieuwent hebben we vorig jaar niet met Pasen maar in de herfst rond Allerzielen gedaan. Ik merkte dat ik er weer de kracht voor had. Het was een bijzondere gewaarwording. Voor wie herstellende is van een zware ziekte, is de Matthäus extra intens. Bij bepaalde passages had ik tranen in mijn ogen. Zo diep, zo prachtig. Ondanks al mijn optimisme besef ik dat ik voor het eerst echt ben gaan nadenken over het eindige van het leven en de betrekkelijkheid van alles.’
Engel is ervan overtuigd dat de muziek hem heeft geholpen bij het genezingsproces. ‘De oncoloog en de radioloog hebben dat ook bevestigd. Echt waar: als er iets is wat de mens kan opbeuren, vertrouwen kan geven, dan is het muziek. Muziek geeft je zoveel power, ongelooflijk.’
En dan in het bijzonder muziek van Bach: ‘Ik had tijd over, we zaten toch thuis, ik wilde graag studeren. Ben Das Wohltemperierte Klavier een halve toon lager gaan spelen. Omdat het instrument tijdens Bachs leven daadwerkelijk een halve toon lager klonk.’ Engel ontleende grote voldoening aan zijn experiment. ‘Wat een warmte, wat een vreugde voelde ik.’
Next: Beethoven. Engel is hoofd-programmeur van het Beethoven Festival, dat zowel in 2020 als 2021 moest worden afgeblazen in verband met corona. In juni van dit jaar komt het er alsnog van. ‘We laten zowel de authentieke Beethoven horen, bijvoorbeeld op de forte-piano, als de Beethoven in moderne interpretaties, bijvoorbeeld op saxofoon, een instrument dat hij nooit heeft gekend. Het overkoepelende thema is: improvisatie.’ Beethoven, die leefde van 1770 tot 1827, overklaste de hele negentiende eeuw met zijn originele composities, die zo vol energie zitten. Dezelfde muzikale energie die Emile Engel na zijn ziekte heeft teruggevonden.

© de Stentor, 14 april 2022


 © 12 april 2022 sander grootendorst  / Contact Bronckhorst-Noord


  © 5 april 2022 sander grootendorst  / Contact Bronckhorst-Noord


    © 6 april 2022 sander grootendorst  / Berkelbode


Achterhoek Nieuws, 22 maart 2022


Het Bachvirus is terug in Lochem

De Bachfans Rien Wulffraat (links) en Boeije Jansen.

Zonder corona zouden de jaarlijkse Bachweken deze maand aan hun eerste lustrum toe zijn. Maar twee jaar achtereen werden ze afgelast, in 2020 zelfs op het laatste nippertje. Vanaf komende woensdag wordt de traditie weer opgepakt. ‘De accordeon klinkt als het orgel in een kathedraal.’

door Sander Grootendorst
LOCHEM

‘Ach’, relativeert pianist Rien Wulffraat, ‘op de tijd dat het geleden is dat Bach leefde, maken die twee jaar niets uit.’ Wulffraat is secretaris van de stichting Bachweken Lochem, samen met voorzitter Boeije Jansen vertelt hij over wat bezoekers van het festival zoal te wachten staat. Het gesprek heeft plaats bij restaurant Kawop aan de Markt: op 20 maart de locatie van de Bachmaaltijd. Jansen: ‘We weten al wat er op de kaart staat, maar willen het nog niet verklappen. In elk geval recepten uit de tijd van Bach.’

Gitarist Arnold Slaghek zorgt voor de muziek. Lekker eten en naar Bach luisteren, gaat dat samen? ‘Zeker’, zegt Wulffraat. ‘Het is Bach zoals Bach bedoeld was. Je kunt erbij eten of op dansen. Het is gebruiksmuziek, popmuziek van toen.’ Jansen: ‘Rien chargeert natuurlijk wel een beetje…’ Wulffraat: ‘Ik heb het niet over de Matthäus of de cantates, maar voor heel veel composities van Bach gaat het op.’
Tijdens het diner wordt het boek Aan tafel met Johann Sebastian Bach, geschreven door Govert Jan Bach (ver familielid) en de Lochemse culinair historica Karen Groeneveld, officieel aangeboden. 

Je kunt dus desgewenst aan tafel met, maar op 27 maart ook… wandelen met Johann Sebastian. Jansen: ‘Bach hield van wandelen, hij had ook geen keus. Heb je weleens gezien op wat voor onhandige schoenen hij dat deed? Die zijn bewaard gebleven. En geen korte afstanden hè… Tientallen kilometers!’ Bijvoorbeeld om ergens in een kerk een orgel te keuren.’ De Lochemse wandeling, zo’n zeven kilometer lang, heeft een informeel karakter. Langs de route worden de wandelaars verwend door onder anderen violist Jaap van Elst, verteller Maarten Delen (‘een jongere versie van A.L. Snijders’) en met drankjes gelaafd.

Wulffraat en Jansen verwijzen voor het volledige programma naar de website, maar sommen tijdens het gesprek uit enthousiasme toch alle onderdelen op. Jansen: ‘Zonder de anderen tekort te willen doen zou ik het accordeonconcert in de Grote Kerk op 31 maart de diamant van de Bachweken willen noemen. Vincent van Amsterdam speelt de Goldbergvariaties op accordeon.’ Wulffraat: ‘Dan denk je… accordeon? Die is toch alleen voor smartlappen? Nee hoor. Ik heb de cd thuis, als je het niet weet, zou je zweren dat je naar het orgel in een kathedraal aan het luisteren bent.’

Wulffraat doet zelf ook een duit in het zakje. Op 7 april gaan hij en contrabassist Kees Wormeester in de synagoge ‘stoeien met Bach’. In de traditie van… Johann Sebastian zelf. ‘Hij ging met stukken van anderen – zoals Vivaldi – en met zijn eigen stukken aan de haal. Zo bouwde hij z’n concert voor hobo, viool en strijkorkest om tot een concert voor twee violen. Daar borduren wij op voort, we improviseren en dat kan alle kanten opgaan, zeker ook die van de jazz.’

Als tegenhanger van dat ‘frivole’ klinken tijdens deze Bachweken in de Grote Kerk opnieuw zowel de Matthäus (9 april) als de Johannes Passion (2 april). De Matthäus wordt uitgevoerd door Bachkoor Holland, Concertgebouw Kamerorkest, Jongenskoor Dalfsen en kinderen van de Academy of Vocal Arts. De Johannes door Vocaal Ensemble Lochem. Jansen: ‘Koren hadden extra te lijden door de pandemie. Van achter je beeldscherm is het lastig koorzingen. Er is een nieuwe dirigent, Marc Buijs, dat is natuurlijk ook even wennen. Maar ze hebben het allemaal net op tijd te pakken. Het wordt mooi.’
Het coronavirus staat buitenspel, het Bachvirus is terug.

De Stentor 14 maart 2022 (originele versie)



   Achterhoek Nieuws, 8,9 maart 2022


Vorige week een ‘natuurpagina‘ in Achterhoek Nieuws.
Deze week eentje met als thema de letteren (en een vleugje natuur).


  Achterhoek Nieuws, 18 januari 2022


    [Selectie 2021. Zie ook blogs].

     Contact/ Achterhoek Nieuws, 22 december 2021



            De Stentor, 21 december 2021


Deventer ‘boekenman’ begint aan nieuw hoofdstuk

Artikel Georg Hartong
De Stentor, 17 december 2021


© sander grootendorst / De Stentor, 11 december 2021

 © Sander Grootendorst / De Stentor, 4 december 2021


       © Contact Zutphen-Warnsveld 17 november 2021


              

      © 9 september 2021 sander grootendorst / de Stentor


           © 19 oktober 2021 sander grootendorst / de Stentor


Bramenthee of een kopje kloffie?
(twee pagina’s)

Florae Twello


De Stentor, 15 september 2021


Contact/Achterhoek Nieuws, 15 september 2021

De Stentor, 11 september 2011


[per abuis heeft de eindredactie Martijn Ubels als de schrijver van dit artikel benoemd]


© 4 september 2021 sander grootendorst / de Stentor 





De Stentor, 22 juli 2021

Kleurige verrassing in het buitengebied tussen Deventer en Olst: Herma’s theetuin trekt bezoekers van heinde en verre. ,,Het is eigenlijk één grote oefening.”

Aarzelend lopen de vriendinnen Sietske Rozendal uit Arnhem en Corrie Post uit Haarlem de tuin in, nadat ze hun fietsen bij de ingang hebben gestald. ,,We hadden een route uitgezet om de kunstobjecten van de IJsselbiënnale te bekijken”, vertelt Sietske. ,,Maar door het hoge water vaart het pontje niet. We hebben ook al natte voeten gehaald. Dus zijn we maar deze kant op gefietst.”
Langs de Bockhorsterstraat, in het buitengebied tussen Olst en Deventer, zagen ze het bordje bij de theetuin van Herma Schmutzler. Ze nemen plaats, drinken een kopje koffie, eten een plakje cake en wandelen ‘het paradijs’ in. ,,Wat een prachtige bloemen, geweldig!”
Herma (56) woont in Lettele en dus niet hier, er staat alleen een pipowagen waarin ze kan schuilen. ,,We zijn een paar jaar geleden verhuisd, daarvóór woonden we in Deventer.” In die stad studeerde ze tropische landbouw. Bloemen waren niet echt haar ding. ,,Ik was meer gericht op biologische, kleinschalige landbouw, de sociale kant daarvan ook. Heb een tijdje op een boerderij gewerkt en wilde zelf boer worden. Op een dag vroeg een dame iemand die haar kon helpen in de tuin. Niet meteen iets voor mij, maar ik ging toch kijken.” Herma herinnert zich het als de dag van gisteren: ,,Mijn mond viel open. Dat dit bestaat, dat er zulke planten zijn! Daarna ging het snel. Binnen twee maanden begon ik een hoveniersopleiding, liep stage bij Mien Ruys en Piet Oudolf. Een baan vinden daarna bleek moeilijk, toen ben ik voor mezelf begonnen.”
,,Ik woonde sinds mijn studententijd op een oude boerderij hier in de buurt. Ben gewoon allemaal plantjes gaan uitproberen, ik vermeerderde ze, maakte kleine borders in kistjes. En die zette ik op een fiets aan de weg.” Herma’s Border – zo heet haar bedrijf – was geboren.
Met haar man ging ze in Deventer wonen, hij adviseerde haar bij boeren in de omgeving aan te bellen om te vragen of ze in de schuur plek over hadden voor Herma’s planten in de winter. ,,De eerste dag kreeg ik alleen afwijzingen, ik kwam gedeprimeerd thuis. Maar… alle mensen die nee zeggen, brengen je uiteindelijk bij degene die ja zegt. De volgende dag bleek een boer ruimte te hebben en hij vroeg ook nog: wil je een stukje grond?” Dat was, in 2006, de geboorte van de theetuin, die nu bezoekers uit het hele land trekt. ,,Laatst nog mensen uit Maastricht. Echt genieten hier, zeiden ze. Maar ook gewoon uit de buurt komen ze. Je kunt vriend van de theetuin worden. Het aantal bezoekers maakt me niet zoveel uit. Als het er weinig zijn, heb je soms fijne gesprekken.”
Jarenlang runde ze naast haar hovenierswerk en de bezoekerstuin ook een eigen kwekerij met extra aandacht voor schaduwplanten. ,,Dat werd te veel. Als je vijftig bent geweest, dan kun je minder aan. Het duurde best lang voordat ik een punt zette achter de kwekerij. Loslaten is iets wat ik heb moeten leren. En ik doe nu niet meer alles alleen in de tuin, ik heb hulp van vrijwilligers. Heb er zelfs al twee keer aan kunnen bijdragen dat iemand weer op de arbeidsmarkt terecht kon na hier vrijwilligerswerk te hebben gedaan.” Daar moet niet licht over worden gedacht:  ,,Een voor publiek toegankelijke tuin is wat anders dan een tuin voor jezelf: alles moet er steeds pico bello bij staan. Een tuin is enerzijds rustgevend. Maar ondertussen gebeurt er natuurlijk heel veel.”
Daar bedoelt ze niet alleen het harde werken mee, maar óók de verrassingen die de natuur kan bieden. ,,Vorig jaar zat hier een koninginnenpage, en de kolibrievlinder is ook geweest. Daar ben ik in de loop der jaren meer op gaan letten.” Het wemelt in de kleurrijke borders van de bijen. De fijne botergele bloemen van de akeleiruit lijken zelf te zoemen.
,,De tuin is eigenlijk één grote oefening”, zegt Herma. Toeval speelt een rol: ,,Ik heb die haag daar om praktische reden een stuk lager gemaakt, is-ie makkelijker bij te houden. Het niet voorziene effect: vanaf dat bankje kunnen de bezoekers nu heel ver de velden in kijken.” Ze wijst naar een oranje bloeiende nagelkruidsoort, blíjft gespitst op de nieuwste ontwikkelingen in kwekersland, maar  toch net iets minder dan in het begin. ,,Ik heb vaak gedacht: het is niet goed genoeg. Vanuit mijn pipowagen hoorde ik eens een bezoeker zeggen: ‘Wow, wat een sfeer zeg.’ En iemand anders zei: ‘Wat leuk dat je dit met ons deelt.’ Ik besefte: het hoeft niet allemaal perfect.”
Een verschil met voorgaande jaren: ,,Het regent zo veel dat ik niet hoef te sproeien. Dat wórdt voor me gedaan. De kleuren zijn zo mooi. Van elke plant op zich en van de planten samen. Daar heb ik zo’n passie voor. Combinaties maken van planten, uitzoeken welke plant bij welke andere past. Ik ken de planten door en door.”

De theetuin is dagelijks geopend. Van mei tot en met augustus is Herma zelf aanwezig. Op vrijdag is er dan tussen 11.00 tot 16.00 uur thee, koffie en gebak.

 


De Stentor, 20 juli 2021

Eeuwenlang was de Sint-Martinuskerk in Warnsveld voor jong en oud ,,de enige plek waar het niet stonk en niet grauw en bruin was”, zegt dominee Liesbeth Burger. ,,Er was altijd iets te zien, altijd mooie muziek te horen.” ‘Altijd’ wil het geval van de Martinuskerk zeggen: zo’n duizend jaar.

Dat wordt dit én volgend jaar gevierd. Corona schopte de planning nogal in de war, maar twee weken geleden kon dan toch de door Burger geleide jubileumfeestdienst plaatsvinden. De kerk zat met meer dan honderd mensen vol. Ze hadden geluk. ,,Het was net in het ene weekend voordat dit soort bijeenkomsten door corona weer onmogelijk werden.”

Aan de muur van de consistoriekamer hangt een kopie van een oorkonde waarin Godeboldus, bisschop van Utrecht, de kerk in Warnsveld schenkt aan het kapittel van Sint-Pieter. De oorkonde is van 1121, dat is dit jaar exact duizend, o nee, wacht eens even: exact negenhonderd jaar geleden. Hoe zit dat?

Sandra Boogert van de feestcommissie: ,,De oorkonde bevat de eerste vermelding van de kerk in een document. Maar de kerk stond er toen al een tijdje.” Commissielid Henk Mulder heeft zich ‘vastgebeten in de geschiedenis’: ,,De oorkonde vertelt dat de Martinuskerk een belangrijke kerk voor de hele omgeving was. Vorden, Eefde, Gorssel, Almen hadden geen eigen kerk, daarvoor moesten de gelovigen naar Warnsveld.” Dat was de situatie in het jaar van de oorkonde. Het staat wel vast dat het toen al zeker honderd jaar zo ging.

Van oudsher ligt de grond waarop de kerk is gebouwd een stukje hoger dan de omgeving. ,,Letterlijk en figuurlijk het middelpunt van het dorp”, zegt Boogert. ,,Dat is dan ook onze slogan: duizend jaar middelpunt.”

,,En dat echt tot op de dag van vandaag”, vult dominee Burger aan. ,,Over het Kerkepad komen tegenwoordig asielzoekers naar de Martinuskerk. Ik heb hier al Iraniërs mogen dopen. Die hebben bovendien mooie ideeën over het kerkgebouw, dat ze van buiten ontoegankelijk vinden overkomen. Misschien moet er glas in de deuren?” In het kader van het duizendjaarfeest is in het gebouw een tentoonstelling te zien met onder meer schilderijen van de Martinuskerk, bijvoorbeeld van de Zutphense kunstenaar Herman Dijkjans. Mulder wijst op een paar flink uit de kluiten gewassen kloostermoppen, afkomstig van het in 1582 door de IJssel verzwolgen kerkje in Wichmond – ook behorend tot de boeiende lokale kerkgeschiedenis en daarom onderdeel van de expositie.

‘Wat is de schat van de kerk?’ was de vraag die dominee Burger in haar bijdrage centraal stelde. Haar conclusie: ,,De schat zit niet in de stenen. De schat van de kerk, dat zijn jullie. Het zit in de mensen. Tegelijkertijd kun je niet zonder gebouw. Als je geen vorm hebt, vervliegt de inhoud.”

Burger wijst op het belang van rituelen: ,,Bij het begin, de kruispunten en het einde van het leven. Bij de feesten en bij het verdriet. Daar zijn we voor, daar zijn we goed in. We hebben een rijke traditie, die, in steeds aangepaste vorm, nog eeuwen mee kan.”

De kliko van de dominee

De tentoonstelling in de Sint-Martinuskerk is dinsdag tot en met vrijdag te bezichtigen. Verder is een fietstocht uitgestippeld langs belangrijke plekken in de uitgestrekte Warnsveldse parochie. Op stapel staan onder meer nog een openluchtspel en een middeleeuwse maaltijd.

En het is de bedoeling dat de inhoud van een 18e-eeuwse beerput van een van Liesbeth Burgers voorgangers, dominee Engelbert Willem Verbeek, wordt geëxposeerd. Zeg maar: diens kliko. ,,De restanten van porseleinen kopjes vertellen iets over zijn levensstandaard”, zegt commissielid Henk Mulder. Burger: ,,Er zijn geen botten gevonden, wel eierschalen. Hij was dus waarschijnlijk vegetariër, net als ik.”

Stadsarcheoloog Michel Groothedde houdt op maandag 4 oktober een lezing over de geschiedenis van de kerk.

 


Contact Bronckhorst-Noord, 6 juli 2021


De Stentor, 19 juni 2021


De Stentor, 4 juni 2021


AN-DG_6--

Contact Zutphen-Warnsveld, 19 mei 2021


ExpositieDeLunetteVerhaalAbPongers

De Stentor, 4 mei 2021


De Stentor, 1 mei 2021


De Stentor, 31 maart 2021


Contact Zutphen/Warnsveld, 31 maart 2021

(NB: de naam van rabbijn Tamarah Bedima was in een eerdere versie niet correct gespeld).


             Contact, Bronckhorst-Noord, 16 feb 2021


De Stentor, editie Salland, 13 feb. 2021


De Stentor, Zutphen / Achterhoek, 30 jan 2021


 


(De Stentor, 20 januari 2021)



[Selectie artikelen 2020]

klik op artikelen voor goede leesbaarheid

 

De Stentor, 7 dec. 2020

 

Berkelbode, 1 sep 2020

De Stentor, 26 aug 2020

De Stentor, 20 aug 2020De Stentor, 14 aug 2020

De Stentor, 22 juli 2020

klikken om te vergroten

\