Werkzame bestanddelen

De bundel Werkzame bestanddelen is geschreven, vorm- en uitgegeven door Sander Grootendorst van Poëzietheater Vlinderwerk. Het boek heeft door de functionele ringband het uiterlijk van een notitieboek – wat het feitelijk is. De dichter heeft er vier jaar lang in geschreven, gewikt, gewogen, geschrapt en hersteld. Dat maakte het aanbrengen van bladzijnummers een hachelijke zaak: die ontbreken dan ook. Bovendien kan het ergernis opwekken dat gedichten op die manier een nummer krijgen toegewezen, terwijl hun plek in het boek relatief willekeurig is. De lezer kan ze desgewenst zelf toevoegen.

Het boek is gemaakt volgens de doe-het-zelfmethode, overeenkomstig het sinds lang ingeburgerde DiY-principe in de popmuziek. (Mijn vader won ooit een prijs met een slogan voor het tijdschrift Doe Het Zelf). Elk van de zesenveertig gedichten is een werkzaam bestanddeel en alle gedichten hebben ‘werkzaamheid’ als thema. Twee motto’s openen het boek, een van Arnon Grunberg, en een van Jane Austen (uit haar roman Sense and sensibility). Het is verdeeld in vier secties en eindigt met twee pagina’s toelichtingen, getiteld Toverspreuken.

Informatie/bestellen

Poëzieblokken

De redactie van weekkrant Stedendriehoek stelde Vlinderwerk Poëzietheater in de gelegenheid om in de edities Zutphen en Deventer een poëzieblok te verzorgen.
De door de eindredactie van de krant op basis van de door Vlinderwerk aangeleverde tekst geconstrueerde streamer ‘Poëzie is gewoon een kwestie van aandachtigheid’ is geen letterlijk citaat van Ida Gerhardt, die schreef: “Is dichten slechts aandachtigheid?”
De variant is van de Stedendriehoek kan er met het oog op het brede lezerspubliek alleszins mee door: niemand gebruikt tegenwoordig nog het woord ‘slechts’ en Gerhardts regel is min of meer te parafraseren als: “Is dichten niet gewoon aandachtigheid?”

 

Klein Jantje

In zijn beroemde boek Het Vogeljaar (eerste druk 1904) noemt Jac. P. Thijsse, Nêerlands natuurvorscher en literator, de winterkoning ‘klein Jantje’. Mogelijk een al bestaande volksnaam voor dat compacte rusteloze vogeltje met rechtopstaande staart dat zijn geringe gestalte compenseert met loeiharde zang.
In het gastenboek, dat klaarlag in het crematorium in Haarlo, waar we Jan Buter herdachten, noteerde ik: ‘Ik zal je missen, klein Jantje.’ Jan Buter, mede-columnist van onder meer deze krant, was  klein van stuk en luid van stem, zoals Gerwin Nijkamp in zijn in memoriam optekende. Jan was de donderdag ervoor overleden.
Toen we als redactieleden van de Stentor eens werden uitgenodigd bij hem thuis – hij woonde nog in Laren – had ik als cadeautje een gedicht geschreven, getiteld ‘Klein Jantje’. Daar moest ik in Haarlo aan denken.
Zoals Jac. P. Thijsse zijn kennis van en liefde voor de natuur aan de lezers overbracht, deed Jan Buter dat met zijn kennis van en liefde voor de Achterhoek (en Twente en Salland): voor streekgebruiken, streektaal en, zeker ook, de natuur van de streek. Bijvoorbeeld in zijn column over de grote bonte specht die overdreven ijverig tegen een ijzeren zendmast hamerde.
Ik heb Het Vogeljaar er even bijgepakt. Thijsse spreekt van een ‘parmantig vogeltje’. Vaak in takkenbossen of hagen te horen terwijl het ‘uitdagend’ ‘Tèrrrt, tèrrrt’ roept. Net alsof het ons uitscheldt. Daarna gaat het ‘op een hoog plekje zitten om een frisch liedje voor u te zingen’. ‘Weken achtereen kunt ge hem op dezelfde plaats weervinden en altijd even wakker en monter, nieuwsgierig en zanglustig.’
Die laatste zin zou letterlijk op Jan Buter kunnen slaan. ‘Dezelfde plaats’ is dan het redactiekantoor. Al trok Jan er – gelijk Jac. P. Thijsse – veel op uit, niet zozeer het bos in, maar de straat op, om zich onder de mensen te begeven en te vernemen wat er zoal speelde in stad en land. Waarover hij z’n stukjes schreef.
Zanglustig klopt ook: in zijn jonge jaren was Jan zanger in een popgroep en op de redactie zette hij het soms op een zingen. Wonderlijke liedjes galmen nog na: ‘Lebt denn der alte Holzmichl noch, Holzmichl noch? Ja, er lebt noch, er lebt noch, er lebt noch.’
Die strofe heeft dezelfde lengte als het liedje van de winterkoning.
‘Iedereen verbaast zich erover, dat zoo’n klein dier zoo luid, zoo zuiver en zoo lang kan zingen,’ schrijft Thijsse. ‘Het lied bestaat bijna geheel uit trillers en is daardoor en door zijn overmoedig karakter gemakkelijk van anderen vogelzang te onderscheiden.’
Hoewel eigenzinnig en luidruchtig is het – zoals het de ware koning betaamt – ook een sociale, toegenegen vogel, zeker het mannetje: het bouwt voor het vrouwtje meerdere nesten en ze mag er dan eentje van uitkiezen. Echte romantiek vereist noeste arbeid.
De dag na de bijeenkomst in Haarlo zat ik in m’n kamer bij het raam te schrijven. In de tuin hoorde ik een luid ’Tèrrrt, tèrrrt’. Ik keek naar buiten: daar zat-ie, in de klimop, die vrolijke druktemaker. Ik zal je missen, klein Jantje.

© 2020, sander grootendorst | Contact/Achterhoek Nieuws
[Aflevering van vierwekelijkse column over mens en natuur]

 

nieuws

✒︎

De eerste (roodwangbrom)vlieg van het nieuwe decennium. Poetst secuur zijn of haar voorpootjes. Klaar voor de start.
sander grootendorst © 6 januari 2020

✒︎

Een recensie van de voorstelling van Vlinderwerk & co in Dat Bolwerck in Zutphen op 1 december 2019.

✒︎

De Senators. Verweven levens heet het boek over het beheerdersechtpaar van de synagoge in Zutphen. Het is geschreven door Eke Mannink. Sander Grootendorst leverde hand- en spandiensten en enkele foto’s. Uitgeverij Elikser. Vraag ernaar in de boekwinkel of stuur een mail naar info@vlinderwerk.nl.
Een gedicht van Vlinderwerk vormde een onderdeel van de expositie WinterRust in museum STAAL in Almen. Samen met gedichten van anderen. We droegen het bij de opening voor. Jopie Beumkes ontwierp de banners.
Op 16 oktober 2018 is op een gevel aan de Kuiperstraat SG’s niet eerder gepubliceerde gedicht Herstel aangebracht. Dit deed specialist Dirk Aarnink in het kader van het Zutphense muurpoëzieproject. Grappig dat van de auteur van de jarenlang lopende rubriek ‘Geveltaal’ in het Gelders Dagblad (Doetinchem/ Winterswijk) en dagblad De Stentor (Zutphen/ Lochem) nu in de openbare ruimte een voorbeeld van geveltaal te lezen valt.

✒︎

Interview met SG in Achterhoek Nieuws naar aanleiding van publicatie eerste aflevering van nieuwe column over mens en natuur: »Het is in mijn hoofd net een dierentuin«

Na 66 afleveringen houdt de wekelijkse column Natuurlijk Sander in regionaal dagblad De Stentor op 6 oktober 2018 ietwat abrupt op te bestaan. Maar Sander gaat natuurlijk door. Onder meer met een vierwekelijkse column over ‘natuur & mens’ in weekkrant Achterhoek Nieuws/Contact. En verder, zoals al zijn hele leven, met aan dat thema gerelateerde poëzie, artikelen, lezingen, voordrachten et cetera. Het heeft geen zin om op te houden. Hij ook niet.

✒︎

Boven in de observatietoren op de Needse Berg is woensdag 8 augustus 2018 het gedicht onthuld dat SG (in 2013) schreef over de veldleeuwerik in relatie tot de in Neede geboren dichter-predikant Willem Sluiter. [foto dagblad Tubantia]  Info

In het programma De Taalstaat besteedde Frits Spits zaterdag 11 augustus 2018 aandacht aan SG’s leeuwerikgedicht.

✒︎

Eke Mannink presenteerde tijdens een enerverende bijeenkomst op zaterdag 23 juni 2018 in Zutphen haar debuutroman ›Zo stroom ik van je over‹. Een poëtisch geladen literaire roman over de ingrijpende gevolgen van adoptie. Een boek om in een flow te lezen. Te koop in de boekwinkel en te bestellen bij de uitgeverij.

✒︎

Op 21 juni 2018 was de zevende vaartocht met rederij Celjo en dagblad De Stentor over de IJssel, dit keer van Deventer naar Zutphen en terug. Hier een korte terugblik.