Red de huismus

De Britse krant The Guardian meldt vandaag dat het aantal huismussen in Europa in vier decennia met 247 miljoen is afgenomen. Gelukkig wordt er af en toe eentje gered.

Als de brandweer

Het koninginnenkruid in mijn tuintje is uitgebloeid, maar ik heb het laten staan. Behendig weten de huismussen zaadjes uit de vruchtpluizen te plukken. Ze lijken er echt plezier in te hebben. Je hoeft niet van alles te organiseren om mussen een handje te helpen. Sterker nog: je moet helemaal niets organiseren. Het koninginnenkruid is een paar jaar geleden spontaan opgekomen. In de zomer smullen de bijen en vlinders ervan, in de herfst de vogels. De natuur deelt uit ook aan ons mensen: mooie  bloemen, dansende vlinders, blije vogels. Een voorstelling waar je dag in, dag uit gratis bij mag zijn, zonder vertoon van je coronapas.
Natuurlijk, soms is het nuttig om wél iets te organiseren. Een intern ventilatiesysteem bijvoorbeeld, tijdens een renovatie aangebracht door een woningcorporatie in een Achterhoeks dorp. Belangrijk, ventilatie, zeker ook in de strijd tegen corona. Herkenbaar aan een verzameling pijpjes boven op de daken. Maar ja, niet ingecalculeerd dat daar mussen op gaan zitten die dan prompt zo’n ventilatiebuis in tuimelen en volledig de weg kwijtraken in de duisternis van het systeem. Je zou de verdwaalde mus naar boven willen schreeuwen, maar de aanwijzingen komen niet over, je spreekt geen mussentaal. En buiten is het vaak zo gezellig zingende mussenkoor vrijwel stilgevallen. Wat te doen?Je moet als bewoonster maar op het idee komen, maar ze deed het, ze belde de brandweer.
Als verslaggever heb ik de brandweer in actie gezien bij heftige calamiteiten: huizen in de fik, verkeersongevallen, een kind te water, een kat in de boom… Nou ja, die kat is relatief gezien minder heftig, maar de brandweerlieden gingen wél met dezelfde concentratie te werk als bij het blussen van een uitslaande brand.
Dat brandweerlieden ook uitrukken als een huismus in nood verkeert, wist ik niet. Ze kwamen nog net niet met loeiende sirene aanrijden, parkeerden de spuitwagen midden op straat en vier man sterk haastten zich naar binnen om de reddingsoperatie uit te voeren. Na vijf minuten kon het sein ‘mus meester’ worden gegeven. Door het dakraam vloog de gestreste vogel naar buiten en meteen hieven zijn kameraden hun samenzang weer aan.
Een brandweerman of -vrouw heeft een stoer imago. En terecht: met volle overtuiging een mus komen bevrijden, ik vind het stoerder dan stoer.
Het gevaar was daarmee nog niet geweken, nu moest het verhuurbedrijf regelen dat de pijpjes op het dak van gaas werden voorzien, opdat er geen mus meer doorheen zou kunnen. Dat ging minder snel dan de brandweer, maar na een paar weken beklommen dan toch twee werknemers van een  aannemersbedrijf het dak om het klusje te klaren. Het klusje te klaren en het musje te sparen.
Je kunt bij nieuwbouw of renovatie natuurlijk niet overal aan denken. Maar misschien is het handig iemand van een vogelwerkgroep of een bioloog even met de plannen te laten meekijken. Zij houden van zichzelf al rekening met die vrolijke gevederde mede-dorpsbewoners.
En anders kun je het altijd nog aan de brandweer vragen.

© 2021 sander grootendorst | Achterhoek Nieuws